|
|
Psalmen, Chapter 24
1. Op naam van David. Een zangstuk. Aan de HEER behoort de aarde en al wat zij omvat, het vaste land en zijn bewoners:
2. Hijzelf heeft haar op de zeeën vastgelegd en op de stromen verankerd.
3. `Wie mag de berg van de HEER bestijgen? Wie mag op zijn heilige plaats staan?'
4. `Wie zijn handen schoon en zijn hart zuiver houdt, wie niet tot afgoden bidt en wie niet zweert bij vreemde goden.
5. Hij ontvangt zegen van de HEER, welvaart van God, zijn helper.'
6. Ja, zo is de mens die Hem zoekt en die dingt om uw gunst, o Jakob.
7. `Hef uw hoofden omhoog, jullie poorten, aloude poorten, omhoog: de koning van de glorie komt binnen.'
8. `Wie is toch die koning van de glorie?' `De HEER, de dappere held, de HEER, de held in de strijd.'
9. `Hef uw hoofden omhoog, jullie poorten, aloude poorten, omhoog: de koning van de glorie komt binnen.'
10. `Wie is toch die koning van de glorie?' `De HEER van de machten, Hij is de koning van de glorie.'
|
|
Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.
|
| |
| This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com |
|
|
|
SELECT VERSION
COMPARE WITH OTHER BIBLES
|
|