|
|
Psalmen, Chapter 53
1. Voor de leider van de muzikanten. In smartelijke omstandigheden. Een kunstig lied op naam van David. De dwaas zegt bij zichzelf: `Er bestaat geen god.' Zij doen slechte, schandelijke dingen; een goed mens vind je niet meer.
2. God ziet neer vanuit de hemel, Hij speurt de mensen af of er ergens een wijze is, iemand die zoekt naar God.
3. Maar iedereen zit op een dwaalspoor, het is één verdorven bende, een goed mens vind je niet meer, niet één.
4. Beseffen die boosdoeners dat dan niet? Zij verteren mijn volk alsof het hun brood is, en nooit roepen zij de HEER aan.
5. Ineens worden zij geslagen met schrik, met een schrik die zij vroeger niet kenden: God verspreidt het gebeente van je belagers; je kunt hen beschamen omdat God hen verwierp.
6. Mocht er uit Sion redding dagen voor Israël; laat Jakob weer blij zijn en Israël juichen, als God het tij voor zijn volk doet keren.
|
|
Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.
|
| |
| This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com |
|
|
|
SELECT VERSION
COMPARE WITH OTHER BIBLES
|
|