|
|
Psalmen, Chapter 6
1. Voor de leider van de muzikanten, onder begeleiding van snaarinstrumenten, op het achtsnarig instrument. Een zangstuk op naam van David. HEER, straf mij niet, al bent U vol woede; sla mij niet, al bent U verstoord.
2. HEER, wees genadig: mijn krachten bezwijken; genees mij, HEER, mijn gebeente is ontzet.
3. Ik ben ontzet, hoe lang nog, HEER?
4. Kom terug en red mij, HEER, bevrijd mij omwille van uw liefde.
5. Want wie, in het dodenrijk, maakt melding van U? Wie, in het dodenrijk, zingt voor U?
6. Ik ben moe van het klagen, nacht op nacht heb ik mijn kussens nat geweend, met tranen is mijn bed doordrenkt.
7. Mijn ogen staan dof van wanhoop, staren verstard naar al die belagers.
8. Ga weg: kom niet dichterbij, boosdoeners, jullie allemaal, want de HEER hoort mij als ik ween.
9. Hij hoort mijn smeken, de HEER aanvaardt mijn gebed.
10. Mijn vijanden zijn beschaamd en ontzet en druipen vol schande af, onverwachts.
|
|
Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.
|
| |
| This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com |
|
|
|
SELECT VERSION
COMPARE WITH OTHER BIBLES
|
|