1. Voor de leider van de muzikanten, op instrumenten uit Susan. Een getuigenis, op naam van Asaf, een zangstuk. Aanhoor ons, U die Israël weidt, U die Jozef voorgaat als een herder zijn kudde. U die troont op de kerubs, verschijn in uw schitterend licht
2. voor Efraïm, Benjamin en Manasse; roep al uw kracht wakker, trek uit voor onze redding.
3. Breng ons herstel, o God, laat uw aanschijn oplichten en wij zijn gered.
4. HEER, God van de machten, hoe lang nog de walm van toorn ondanks het gebed van uw volk?
5. Hoe lang nog reikt U tranen als brood, tranen als drank, met volle bekers;
6. laat U buren twisten om ons bezit, en de vijand om ons lachen?
7. God van de machten, breng ons herstel, laat uw aanschijn oplichten en wij zijn gered.
8. U hebt uit Egypte een wingerd gerooid, volken naar elders verjaagd en hem op hun plaats geplant.
9. U hebt weggehaald wat er voordien stond, hem daar wortel laten schieten en laten uitlopen over het land.
10. Onder zijn schaduw gingen bergen schuil, reuzenceders onder zijn twijgen.
11. Zijn takken reikten tot aan de zee, zijn ranken tot aan de Rivier.
12. Waarom hebt U dan nu zijn omheining vernield? Alle voorbijgangers plukken hem leeg,
13. wilde zwijnen wroeten hem om, velddieren knagen hem kaal.
14. God van de machten, ach, kom terug, zie toch neer vanuit uw hemel, zorg voor deze wijnstok,
15. de stek van uw rechterhand, de zoon wie U uw kracht hebt verleend.
16. Dat degene die hem verbrandt als afval in het vuur mag sterven onder uw dreigend gelaat.
17. Leg uw hand op uw uitverkorene, de mensenzoon wie U uw kracht hebt verleend.
18. Dan zullen wij U nooit meer verlaten: U laat ons leven, wij vereren uw naam.
19. HEER, God van de machten, herstel ons, laat uw aanschijn oplichten en wij zijn gered.
|