Bible Study: FrontPage




 

Romeinen, Chapter 1

Bible Study - Romeinen 1 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Van Paulus, dienstknecht van Christus Jezus, door God geroepen tot apostel en bestemd voor de dienst van het evangelie,
  
2. dat God eertijds door zijn profeten in de heilige geschriften heeft aangekondigd.
  
3. Dat evangelie spreekt over zijn Zoon, die naar het vlees is geboren uit het geslacht van David,
  
4. en die naar de heilige Geest is aangewezen als Zoon van God in kracht, door zijn opstanding uit de doden, Jezus Christus onze Heer.
  
5. Door Hem heb ik de genade van het apostelschap ontvangen, om ter wille van zijn naam onder alle volken mensen tot de gehoorzaamheid van het geloof te brengen.
  
6. Ook u hoort bij hen, geroepenen van Jezus Christus!
  
7. Aan u allen in Rome die God liefheeft en tot zijn heilige gemeente heeft geroepen: Genade en vrede zij u vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus!
  
8. In de eerste plaats breng ik door Jezus Christus dank aan mijn God voor u allen, want in de hele wereld spreekt men van uw geloof.
  
9. God, die ik van harte dien door het evangelie van zijn Zoon te verkondigen, is mijn getuige dat ik u zonder ophouden gedenk.
  
10. Telkens weer smeek ik Hem in mijn gebeden dat zijn wil het mij eindelijk mogelijk mag maken bij u te komen.
  
11. Want ik verlang er vurig naar u te leren kennen, in de hoop u een of andere geestelijke gave te kunnen meedelen om u te sterken,
  
12. of eigenlijk, om bij u en met u de vertroosting te genieten van ons gemeenschappelijk geloof, het uwe zowel als het mijne.
  
13. U moet wel weten, broeders en zusters, dat ik dikwijls van plan ben geweest u te bezoeken, om ook onder u, evenals onder de overige heidenvolken, enige vrucht te oogsten; maar tot nu toe was ik telkens verhinderd.
  
14. Ik sta in de schuld bij Grieken en niet-Grieken, bij ontwikkelden en ongeletterden;
  
15. vandaar mijn gretigheid om ook u, Romeinen, het evangelie te brengen.
  
16. Voor dit evangelie schaam ik mij niet. Het is een goddelijke kracht tot redding van ieder die erin gelooft, allereerst de Joden, maar ook de Grieken.
  
17. Want daarin openbaart zich Gods gerechtigheid, op grond van een steeds groeiend geloof, zoals geschreven staat: De rechtvaardige zal door het geloof leven.
  
18. Maar van de hemel uit openbaart zich Gods toorn over de goddeloosheid en ongerechtigheid van allen die door hun ongerechtigheid de waarheid onderdrukken.
  
19. Want wat een mens van God kan weten, is hen bekend; God heeft het hun geopenbaard.
  
20. Vanaf de schepping van de wereld af wordt zijn onzichtbaar wezen door de rede in zijn werken aanschouwd, zijn eeuwige macht namelijk en zijn godheid. Daarom zijn zij niet te verontschuldigen.
  
21. Want ofschoon zij God kenden, hebben zij God niet de Hem toekomende eer en dank gebracht. Al hun denken is op niets uitgelopen en hun Geest, die het inzicht verwierp, werd verduisterd.
  
22. Zij beweerden wijzen te zijn, maar werden dwazen.
  
23. De majesteit van de onvergankelijke God hebben zij verruild voor de afbeelding van de gestalte van een vergankelijk mens, en van vogels en van viervoetig en kruipend gedierte.
  
24. Daarom heeft God hen prijsgegeven aan hun onreine begeerten, zodat zij hun eigen lichaam onteren.
  
25. Zij hebben de goddelijke waarheid verruild voor de leugen, en de schepping geëerd en aanbeden in plaats van de schepper; Hij is gezegend in eeuwigheid! Amen.
  
26. Daarom heeft God hen prijsgegeven aan onterende hartstochten. Hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang verruild voor de tegennatuurlijke.
  
27. Eveneens hebben de mannen de natuurlijke gemeenschap met vrouwen opgegeven en zijn ze in lust voor elkaar ontbrand: mannen plegen ontucht met mannen. Zo ontvangen zij aan den lijve het verdiende loon voor hun afdwaling.
  
28. En omdat zij zich niet verwaardigd hebben God te erkennen, heeft God hen prijsgegeven aan hun nietswaardige gezindheid, zodat zij alles doen wat niet te pas komt.
  
29. Vervuld zijn zij van allerlei ongerechtigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid; vol nijd, bloeddorst, ruzie, bedrog en kwaadaardigheid. Roddelaars zijn het,
  
30. lasteraars, haters van God, vermetel, verwaand, protserig, vindingrijk in het kwaad, ongehoorzaam aan hun ouders,
  
31. onverstandig, onbestendig, zonder liefde en zonder mededogen.
  
32. En geheel en al bekend met Gods vonnis, dat wie zulke dingen doet de dood verdient, bedrijven zij deze misdaden niet alleen, maar juichen die ze die ook toe bij hen die ze begaan.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES