|
|
Ruth 2.20
20. Toen zei Noömi tegen haar schoondochter: `Moge die man, die tegenover de levenden en de doden zijn goedheid laat gelden, gezegend zijn door de HEER.' Zij vervolgde: `Die man is aan ons verwant; hij is een van degenen die familieverplichtingen tegenover ons hebben.'
|
|
Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.
|
| |
| This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com |
|
|
|
SELECT VERSION
COMPARE WITH OTHER BIBLES
|
|