Bible Study: FrontPage




 

Jeremia, Chapter 21

Bible Study - Jeremia 21 - Dutch - Willibrord Vertaling 1978 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Het woord van Jahwe kwam tot Jeremia, toen koning Sidkia Paschur, de zoon van Malkia en de priester Sefanja, zoon van Maaseja, naar hem toe zond met het verzoek:
  
2. ‘Koning Nebukadnessar van Babel voert oorlog tegen ons. Raadpleeg Jahwe, of Hij misschien voor ons een van zijn wonderen herhaalt en koning Nebukadnessar die tegen ons optrekt dwingt tot de aftocht.’
  
3. Jeremia antwoordde hun: ‘U moet aan Sidkia zeggen:
  
4. Dit zegt Jahwe, Israels God: De legers waarmee u buiten de muren vecht tegen de koning van Babel en tegen de Chaldeeen, die u belegeren, drijf Ik terug binnen deze stad.
  
5. Want Ikzelf strijd tegen u met opgeheven hand, met sterke arm, in grimmige toorn en grote woede.
  
6. Alles wat in de stad woont, sla Ik neer, mens en dier; door een vreselijke pest komen ze om.
  
7. Daarna - godsspraak van jahwe - lever Ik Sidkia, de koning van Juda, zijn hovelingen en iedereen die in deze stad aan de pest, het zwaard en de honger is ontkomen, over aan Nebukadnessar, de koning van Babel, aan de vijanden die hen naar het leven staan. Hij brengt ze om met het zwaard, meedogenloos zonder genade, zonder erbarmen.
  
8. Tot het volk moet u zeggen: ‘Dit zegt Jahwe: Ik geef u de keus tussen de weg naar het leven en de weg naar de dood.
  
9. Wie in deze stad blijft, sterft door het zwaard, de honger en de pest; wie de stad verlaat en overloopt naar de Chaldeeen, blijft behouden en brengt het er levend af.
  
10. Want Ik heb besloten rampen te brengen over deze stad, geen zorgen - godsspraak van Jahwe -. Ze valt in de macht van de koning van Babel, die haar legt in de as.’
  
11. Over het koningshuis van Juda. Hoor het woord van Jahwe,
  
12. huis van David. Dit zegt Jahwe: Spreek iedere morgen rechtvaardig recht. Bevrijd de verdrukte uit de macht van de verdrukker. Anders laait mijn toorn op als een vuur en die brand wordt door niemand geblust. Zo slecht zijn uw daden.
  
13. Ik kom op u af - godsspraak van Jahwe -, op u die troont boven het dal, op de rotsen en pocht: ‘Wij zijn ongenaakbaar. Niemand komt onze vesting binnen.’
  
14. Ik straf u zoals ge verdient - godsspraak van Jahwe -. Ik steek de bossen in brand, heel de streek gaat op in vlammen.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1978 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES