Bible Study: FrontPage




 

2 Kronieken, Chapter 29

Bible Study - 2 Kronieken 29 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Hizkia werd koning toen hij vijfentwintig jaar was en hij regeerde negenentwintig jaar in Jeruzalem. Zijn moeder heette Abia en was een dochter van Zekarja.
  
2. Hij deed wat de HEER behaagt, zoals ook zijn vader David gedaan had.
  
3. In het eerste jaar van zijn regering, in de eerste maand, opende hij de poorten van het huis van de HEER weer en liet ze herstellen.
  
4. Hij riep de priesters en Levieten op het Oostplein bijeen,
  
5. en zei tegen hen: `Luister naar mij, Levieten! Heilig uzelf en heilig het huis van de HEER, de God van uw vaderen, en verwijder alles wat onrein is uit het heiligdom.
  
6. Want onze vaderen zijn afvallig geworden en hebben gedaan wat de HEER onze God mishaagt; ze hebben Hem in de steek gelaten, hun gezicht afgewend van de verblijfplaats van de HEER en haar de rug toegekeerd.
  
7. Ze hebben zelfs de poort van de voorhal gesloten en de lampen gedoofd; ze hebben geen wierook gebrand in het heiligdom en er geen brandoffers opgedragen voor de God van Israël.
  
8. Daarom barstte de toorn van de HEER over Juda en Jeruzalem los en maakte Hij ze tot een voorwerp van schrik, van ontzetting en verbijstering, zoals u met eigen ogen kunt zien.
  
9. Om die reden zijn onze vaderen gevallen door het zwaard en zijn onze zonen, onze dochters en onze vrouwen in gevangenschap weggevoerd.
  
10. Daarom heb ik mij voorgenomen een verbond te sluiten met de HEER, de God van Israël, opdat zijn brandende toorn van ons wijkt.
  
11. Mijn zonen, verwaarloos niet langer uw plicht, want de HEER heeft u uitverkoren om Hem in zijn huis te dienen en wierook voor Hem te branden.'
  
12. Toen traden de volgende Levieten naar voren: Machat, de zoon van Amasai, en Joël, de zoon van Azarjahu, van de Kehatieten; van de Merarieten: Kis, de zoon van Abdi, en Azarjahu, de zoon van Jehallelel; en van de Gersonieten: Joach, de zoon van Zimma, en Eden, de zoon van Joach.
  
13. Van de zonen van Elisafan: Simri en Jeïel; van de zonen van Asaf: Zekarja en Mattanja;
  
14. van de zonen van Heman: Jechiël en Simi, en van de zonen van Jedutun: Semaja en Uzziël.
  
15. Ze riepen hun broeders bijeen, heiligden zich en begonnen volgens het bevel van de koning en overeenkomstig de voorschriften van de HEER aan de reiniging van het huis van de HEER.
  
16. Hiertoe gingen de priesters het achterste gedeelte van het huis van de HEER binnen en brachten alle onreine voorwerpen die ze in het huis van de HEER aantroffen naar de voorhof, waar de Levieten ze overnamen om ze weg te brengen naar het Kidrondal.
  
17. Op de eerste dag van de eerste maand begonnen ze met de heiliging en op de achtste dag van de maand waren ze aan de voorhal van het huis van de HEER toe. Zo heiligden ze het huis van de HEER in acht dagen; met het geheel waren ze gereed op de zestiende dag van de eerste maand.
  
18. Toen begaven ze zich naar koning Hizkia en verklaarden: `We hebben het hele huis van de HEER gereinigd, het brandofferaltaar met toebehoren en de tafel voor de toonbroden met toebehoren.
  
19. Ook alle andere voorwerpen die koning Achaz tijdens zijn regering door zijn afgoderij ontwijd heeft, hebben we hersteld en weer geheiligd; ze staan klaar vóór het altaar van de HEER.'
  
20. Toen riep koning Hizkia in alle vroegte de magistraten van de stad bijeen en ging naar het huis van de HEER.
  
21. Ze brachten zeven jonge stieren, zeven rammen, zeven lammeren en zeven geitenbokjes mee, als zondeoffer voor het koninkrijk, voor het heiligdom en voor Juda, en Hizkia beval de zonen van Aäron, de priesters, om ze op te dragen op het altaar van de HEER.
  
22. Ze slachtten de runderen en de priesters vingen het bloed op en besprenkelden het altaar ermee; vervolgens werden de rammen geslacht en werd het altaar met het bloed besprenkeld; ten slotte werden de lammeren geslacht en werd het altaar met het bloed besprenkeld.
  
23. Daarna leidden ze de bokken voor het zondeoffer naar de koning en het verzamelde volk en die legden hun handen op de koppen van de dieren.
  
24. De priesters slachtten ze en sprenkelden het bloed als een zondeoffer op het altaar om verzoening tot stand te brengen voor heel Israël, want de koning had het brandoffer en het zondeoffer voor heel Israël bestemd.
  
25. Toen stelde hij in het huis van de HEER de Levieten op met cimbalen, lieren en harpen, naar het voorschrift van David en van Gad, de ziener van de koning, en van de profeet Natan; het voorschrift kwam immers van de HEER door toedoen van de profeten.
  
26. De Levieten stelden zich op met de muziekinstrumenten van David en de priesters met de trompetten.
  
27. Toen beval Hizkia het brandoffer op te dragen op het altaar, en op hetzelfde ogenblik dat het brandoffer werd ontstoken begon men te zingen ter ere van de HEER en op de trompetten te blazen, onder begeleiding van de muziekinstrumenten van David, de koning van Israël.
  
28. Het verzamelde volk boog zich neer; het gezang duurde voort en de trompetten bleven schallen tot het brandoffer verteerd was.
  
29. Toen ze gereed waren met het offer knielde de koning, en alle aanwezigen met hem, en zij wierpen zich neer.
  
30. Daarna bevalen koning Hizkia en de magistraten de Levieten ter ere van de HEER liederen te zingen van David en de ziener Asaf. Ze begonnen vol vreugde te zingen en bogen zich in aanbidding neer.
  
31. Toen nam Hizkia het woord en zei: `Nu hebt u zich aan de HEER gewijd. Kom naderbij en draag in het huis van de HEER slacht- en dankoffers op.' En het verzamelde volk droeg slacht- en dankoffers op, en ieder die daartoe bereid was, ook brandoffers.
  
32. Het aantal brandoffers dat het verzamelde volk bracht, bedroeg zeventig runderen, honderd rammen en tweehonderd lammeren; deze waren alle bestemd als brandoffer voor de HEER.
  
33. De heilige gaven bedroegen in het geheel zeshonderd runderen en drieduizend schapen.
  
34. Er waren echter priesters te weinig om alle als brandoffer bestemde dieren te villen, maar hun broeders, de Levieten, hielpen hen met het werk totdat alle priesters zich geheiligd hadden; de Levieten hadden namelijk met de heiliging meer ernst gemaakt dan de priesters.
  
35. Behalve met de talrijke brandoffers, had men nog werk met het vet van de slachtoffers en met de plengoffers, die bij de brandoffers behoren. Zo werd de dienst in het huis van de HEER hervat.
  
36. Hizkia en al het volk verheugde zich over wat God zo onverwacht voor het volk gedaan had.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES