Bible Study: FrontPage




 

2 Koningen, Chapter 8

Bible Study - 2 Koningen 8 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Elisa had tegen de vrouw van wie hij de zoon weer levend gemaakt had gezegd: `Ga op weg, samen met uw familie en vestig u in den vreemde, want de HEER laat een hongersnood over het land komen; die is al begonnen en zal zeven jaar duren.'
  
2. De vrouw had gedaan wat de man van God haar gezegd had: zij was met haar familie vertrokken en had zeven jaar lang in het land van de Filistijnen gewoond.
  
3. Toen de zeven jaren voorbij waren keerde de vrouw uit het land van de Filistijnen terug, en ging de hulp van de koning inroepen om haar huis en haar akker terug te krijgen.
  
4. De koning was net in gesprek met Gechazi, de dienaar van de man van God, aan wie hij gevraagd had hem te vertellen over alle grote dingen die Elisa gedaan had.
  
5. En terwijl Gechazi de koning aan het vertellen was hoe Elisa een dode weer levend gemaakt had, kwam de vrouw van wie Elisa de zoon weer levend gemaakt had, de hulp van de koning inroepen met het oog op haar huis en haar akker. Gechazi zei: `Mijn heer de koning, dat is de vrouw en dat is haar zoon die Elisa weer levend gemaakt heeft.'
  
6. De koning verzocht de vrouw hem het verhaal te vertellen en dat deed zij. Toen gaf de koning haar een dienaar mee met de opdracht: `Zorg dat zij alles terugkrijgt wat haar toebehoort, met heel de opbrengst van de akker, vanaf de dag dat zij het land verliet tot op de dag van vandaag.'
  
7. Op een keer kwam Elisa in Damascus, terwijl koning Benhadad van Aram ziek lag. Toen men hem vertelde dat de man van God in de stad was,
  
8. zei de koning tegen Hazaël: `Ga met een geschenk naar de man van God en laat hem de HEER vragen of ik van mijn ziekte genezen zal.'
  
9. Hazaël ging dus naar hem toe en nam als geschenk allerlei kostbaarheden van Damascus mee, zo veel als veertig kamelen konden dragen. Bij Elisa aangekomen maakte hij zijn opwachting en zei: `Uw zoon Benhadad, de koning van Aram, stuurt mij naar u om u te vragen of hij van zijn ziekte genezen zal.'
  
10. Elisa antwoordde hem: `Je kunt hem zeggen dat hij genezen zal. Maar de HEER heeft mij laten zien dat hij zal sterven.'
  
11. Hazaël vertrok geen spier van zijn gezicht en keek hem scherp aan. Maar de man van God begon te wenen.
  
12. Hazaël vroeg: `Waarom weent u, mijn heer?' Hij antwoordde: `Omdat ik zie hoeveel kwaad u de Israëlieten zult aandoen; hun vestingen zult u in brand steken, hun jonge mannen doden met het zwaard, hun zuigelingen te pletter slaan en hun zwangere vrouwen openrijten.'
  
13. Toen zei Hazaël: `Maar hoe kan uw dienaar, dode hond die hij is, zoiets groots doen?' Elisa antwoordde: `De HEER heeft mij laten zien dat u koning van Aram wordt.'
  
14. Toen ging hij bij Elisa weg en begaf zich naar zijn heer. Deze vroeg hem: `Wat heeft Elisa u gezegd?' Hij antwoordde: `Hij heeft mij gezegd dat u zult genezen.'
  
15. Maar de volgende dag nam hij een doek, maakte die nat en legde die Benhadad op het gezicht, zodat hij stierf. En Hazaël werd koning in zijn plaats.
  
16. In het vijfde regeringsjaar van Joram, de zoon van Achab en koning van Israël, werd Joram, de zoon van Josafat, koning van Juda.
  
17. Joram was tweeëndertig jaar toen hij koning werd en regeerde acht jaar lang in Jeruzalem.
  
18. Hij volgde het voorbeeld van de koningen van Israël, zoals het huis van Achab gedaan had, want een dochter van Achab was zijn vrouw en hij deed wat de HEER mishaagt.
  
19. Toch wilde de HEER Juda niet vernietigen omwille van zijn dienaar David, aan wie hij beloofd had voor hem en zijn zonen altijd een lamp te laten branden.
  
20. In zijn tijd maakten de Edomieten zich onafhankelijk van Juda en stelden zij een eigen koning aan.
  
21. Joram trok met al zijn strijdwagens naar Saïr. En toen hij 's nachts tot de aanval was overgegaan, versloeg hij de Edomieten die hem en de bevelhebbers van zijn strijdwagens omsingelden. Maar zijn leger vluchtte naar huis.
  
22. Zo heeft Edom zich onafhankelijk gemaakt van Juda en dat is het gebleven tot op de dag van vandaag. In diezelfde tijd kwam Libna in opstand.
  
23. Verdere bijzonderheden over Joram en alles wat hij gedaan heeft staan opgetekend in de annalen van de koningen van Juda.
  
24. Joram ging bij zijn vaderen rusten en werd begraven bij zijn vaderen in de Davidsstad. Zijn zoon Achazja volgde hem op.
  
25. In het twaalfde regeringsjaar van Joram, de zoon van Achab en koning van Israël, werd Achazja, de zoon van Joram, koning van Juda.
  
26. Achazja was tweeëntwintig jaar oud toen hij koning werd en regeerde één jaar in Jeruzalem. Zijn moeder heette Atalja en was een dochter van Omri, de koning van Israël.
  
27. Hij volgde het voorbeeld van het huis van Achab en deed wat de HEER mishaagt, net als het huis van Achab; hij was trouwens aan het huis van Achab verwant.
  
28. Hij trok met Joram, de zoon van Achab, ten strijde tegen Hazaël, de koning van Aram, bij Ramot in Gilead. Maar toen koning Joram gewond raakte,
  
29. keerde hij terug naar Jizreël om er te genezen van de wonden die de Arameeërs hem bij Rama toegebracht hadden in de oorlog tegen Hazaël, de koning van Aram. Achazja, de zoon van Joram en koning van Juda, bracht Joram, de zoon van Achab, tijdens zijn ziekte een bezoek in Jizreël.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES