Bible Study: FrontPage




 

2 Makabejcima, Chapter 10

Bible Study - 2 Makabejcima 10 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. De Makkabeeër en degenen die bij hem waren namen met de hulp van de Heer bezit van de tempel en de stad.
  
2. De altaren die de vreemde stammen op de markt hadden opgericht en de kapellen vernielden ze.
  
3. Ze reinigden de tempel en bouwden een nieuw brandofferaltaar. Met stenen sloegen ze vuur en ze ontstaken daarmee het eerste offer, dat ze na een onderbreking van twee jaar weer konden opdragen; ze brandden wierook, verzorgden de lampen en legden toonbroden neer.
  
4. Daarna wierpen ze zich ter aarde en smeekten de Heer dat Hij hen voortaan voor zulke rampen zou sparen; dat Hij, als ze ooit weer zouden zondigen, hen dan genadig zou straffen, maar niet meer zou overleveren aan goddeloze en barbaarse naties.
  
5. De tempelreiniging had plaats op de vijfentwintigste van de maand kislew, dezelfde dag als die waarop hij door de vreemde stammen ontwijd was.
  
6. Vol vreugde vierden ze acht dagen lang feest, zoals dit voor het Loofhuttenfeest gebruikelijk is. Ze dachten daarbij terug aan het Loofhuttenfeest dat ze kortgeleden gevierd hadden, toen ze nog in grotten in de bergen huisden, de verblijfplaatsen van de wilde dieren.
  
7. Daarom droegen ze met loof versierde stokken, groene takken en palmen en zongen ze lofliederen ter ere van Hem, die hun plan om zijn tempel te reinigen had laten slagen.
  
8. Bij algemene verordening en volksbesluit werd voor heel de Joodse natie bepaald, dat de dagen van de tempelreiniging jaarlijks geheiligd zouden worden.
  
9. Dat waren de omstandigheden waaronder Antiochus, bijgenaamd Epifanes, gestorven is.
  
10. Nu zullen we spreken over de gebeurtenissen onder Antiochus Eupator, de zoon van die goddeloze Antiochus. Daarbij zullen we het verhaal van de ellende die door de oorlogen veroorzaakt is, kort samenvatten.
  
11. Toen Antiochus de regering had overgenomen, vertrouwde hij de behartiging van de belangen van het rijk toe aan een zekere Lysias en hij benoemde hem tot stadhouder van Cele-Syrië en Fenicië.
  
12. Na al het onrecht dat de Judeeërs was aangedaan, was Ptolemeüs, bijgenaamd Makron, de eerste die hun recht in acht wilde nemen; hij probeerde hun aangelegenheden op vreedzame wijze te regelen.
  
13. Op grond daarvan werd hij door enkele vrienden van de koning bij Eupator aangeklaagd; bovendien werd hij bij elke gelegenheid uitgemaakt voor verrader, omdat hij het eiland Cyprus, dat hem door Filometor was toevertrouwd, verlaten had en naar Antiochus Epifanes was overgelopen. Hij slaagde er niet meer in om naast macht, ook respect te genieten en maakte door vergif een einde aan zijn leven.
  
14. Toen Gorgias bevelhebber van deze landen was geworden, nam hij huursoldaten in dienst en greep elke gelegenheid aan om de oorlog tegen de Judeeërs op gang te houden.
  
15. Tegelijkertijd vielen ook de Idumeeërs, die in het bezit waren van gunstig gelegen vestingen, de Judeeërs lastig; ze namen degenen die uit Jeruzalem verdreven waren op en probeerden de oorlog aan te moedigen.
  
16. De aanhangers van de Makkabeeër smeekten God in een gemeenschappelijk gebed om hun bondgenoot te zijn, en trokken naar de vestingen van de Idumeeërs.
  
17. Door een krachtige aanval kregen ze de stellingen in handen, sloegen iedereen die vanaf de muren vocht terug en brachten iedereen die hun in handen viel om het leven; ze doodden niet minder dan twintigduizend man.
  
18. Minstens negenduizend man hadden hun toevlucht gezocht in twee zeer sterke torens, die van alles waren voorzien om een belegering te kunnen doorstaan.
  
19. De Makkabeeër vertrouwde de belegering van deze torens toe aan Simon, die hij met Jozef, Zacheüs en voldoende soldaten daar achter liet, om zelf naar plaatsen te gaan waar de nood hoger was.
  
20. Maar de soldaten van Simon waren hebzuchtig en lieten zich door enkele belegerden omkopen; voor de som van zeventigduizend drachmen lieten ze een aantal van hen ontsnappen.
  
21. Toen de Makkabeeër dat hoorde, riep hij de aanvoerders van het leger bijeen en beschuldigde hen ervan dat zij hun broeders voor geld hadden verkocht door vijanden, die tegen hen de wapens hadden opgenomen, te laten ontsnappen.
  
22. Hij liet degenen die dat verraad gepleegd hadden terechtstellen. Daarna maakte hij zich onmiddellijk meester van de twee torens.
  
23. Hij behaalde met zijn wapenen een volledig succes en doodde meer dan twintigduizend man.
  
24. Timoteüs, die vroeger door de Joden verslagen was, had een groot leger van buitenlandse soldaten geworven en veel Aziatische paarden; hij viel Judea binnen om het stormenderhand te veroveren.
  
25. Toen hij in aantocht was, richtte de groep van de Makkabeeër gebeden tot God; ze strooiden aarde op hun hoofd en omgordden hun lendenen met zakken.
  
26. Ze wierpen zich neer aan de voet van het altaar en smeekten God, dat Hij zich over hen zou ontfermen en volgens de woorden van de leer de vijand van hun vijanden en de verdrukker van hun verdrukkers zou zijn.
  
27. Na hun gebed namen ze hun wapens, trokken ver van de stad weg en hielden pas halt toen ze in de nabijheid van de vijand waren.
  
28. Bij het aanbreken van de ochtend gingen de twee legers tot de aanval over. Als waarborg voor het succes van de overwinning had de ene partij, naast dapperheid, haar vertrouwen in de HEER, de andere liet zich slechts leiden door haar strijdlust.
  
29. In het heetst van de strijd zagen de vijanden hoe vanuit de hemel vijf prachtig uitgedoste mannen, gezeten op paarden met gouden teugels, de leiding namen over de Judeeërs.
  
30. Ze namen de Makkabeeër in hun midden, beschermden hem met hun wapens en zorgden ervoor dat hij niet gewond raakte; op de vijanden schoten zij bliksemschichten af, waardoor ze verblind werden en in grote verwarring raakten.
  
31. In de strijd werden twintigduizend vijfhonderd man voetvolk en zeshonderd ruiters gedood.
  
32. Timoteüs zelf vluchtte naar een zeer sterke vesting, Gezer genaamd, waarover Chereas het bevel voerde.
  
33. De groep van de Makkabeeër belegerde in een opgewekte stemming vier dagen lang de vesting,
  
34. terwijl de belegerden, in blind vertrouwen op de sterkte van de stad, godslasteringen en andere ergerlijke taal uitten.
  
35. Bij het aanbreken van de vijfde dag bestormden twintig jongelingen van de Makkabeeër, brandend van woede over de godslasteringen, onverschrokken en verbeten de muur en sloegen iedereen neer die op hun weg kwam.
  
36. Anderen deden een aanval op de bezetters, legden het vuur aan de torens en staken opgestapeld hout in brand, zodat de godslasteraars levend verteerd werden door de vlammen. Zij sloegen de poorten stuk en lieten de rest van het leger naar binnen trekken en de stad bezetten.
  
37. Timoteüs, die zich in een zekere put verborgen hield, doodden ze, evenals zijn broers Chereas en Apollofanes.
  
38. Na deze krijgsdaden prezen ze met lof- en dankliederen de Heer, die Israël weldaden bewezen had en hun de overwinning had geschonken.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES