Bible Study: FrontPage




 

2 Samuël, Chapter 23

Bible Study - 2 Samuël 23 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Dit zijn de laatste woorden van David: `Godsspraak van David, de zoon van Isaï; godsspraak van de man, hoog verheven, de gezalfde van Jakobs God, de lieveling van Israëls burcht.
  
2. De geest van de HEER spreekt door mij, zijn woord is op mijn tong.
  
3. De God van Israël sprak, de rots van Israël zei tegen mij: "Wie de mensen rechtvaardig regeert, wie heerst in ontzag voor God,
  
4. is als het licht van de ochtend, bij de opkomst van de zon op een wolkeloze ochtend, die na de regen het groen uit de aarde laat opschieten."
  
5. Ja, mijn huis staat onder de hoede van God, want Hij heeft mij een altijddurend verbond geschonken, goed opgesteld en verzekerd. Laat Hij niet al mijn geluk groeien, en alles wat ik verlang?
  
6. Maar de boosdoeners zijn als doornstruiken, uit de grond gerukt, allemaal. Niemand pakt ze met de blote hand;
  
7. wie ze wil beetpakken, doet dat met ijzer en hout van de lans; dan gaan ze in de vlammen op.'
  
8. Hier volgen de namen van Davids helden: Isbaäl, de zoon van de Chakmoniet, aanvoerder van de drie. Hij viel met zijn bijl achthonderd man aan en versloeg ze in één keer.
  
9. Vervolgens Elazar, de zoon van Dodo, de zoon van een Achochiet. Hij was een van de drie helden in Davids gezelschap toen de Filistijnen hen uitdaagden. Die verzamelden zich voor de strijd, en de Israëlieten trokken zich terug.
  
10. Maar Elazar hield stand en sloeg op de Filistijnen in totdat zijn hand zo stijf was geworden dat hij zijn zwaard niet meer kon loslaten. Die dag schonk de HEER een grote overwinning. Het leger kwam terug en ging alleen nog achter Elazar aan om te plunderen.
  
11. Tenslotte Samma, de zoon van Age, de Harariet. Op een keer hadden de Filistijnen zich in Lechi voor de strijd verzameld. Er was daar een veld dat vol linzen stond. Toen het leger voor de Filistijnen op de vlucht sloeg,
  
12. ging hij midden op dat veld staan en wist het te behouden door de Filistijnen te verslaan. Zo schonk de HEER een grote overwinning.
  
13. Drie van de dertig aanvoerders gingen eens, tegen de oogsttijd, naar David in de grot van Adullam, terwijl een bende Filistijnen in het dal van de Refaïeten gelegerd was.
  
14. David had zich daar toen verschanst terwijl er een wachtpost van de Filistijnen in Betlehem lag.
  
15. Op een gegeven moment kreeg David dorst en zei: `Wie brengt mij water uit de put bij de poort van Betlehem?'
  
16. De drie helden baanden zich daarop een weg door het legerkamp van de Filistijnen en schepten water uit de put bij de poort van Betlehem. Ze slaagden erin het water naar David te brengen, maar deze wilde er niet van drinken; hij goot het uit voor de HEER
  
17. en zei: `De HEER beware mij ervoor zoiets te doen. Het is het bloed van de mannen die hun leven gewaagd hebben om het te halen.' Daarom wilde hij het niet drinken. Zulke dingen deden de drie helden.
  
18. Abisai, de broer van Joab en zoon van Seruja, was het hoofd van de dertig. Hij ging met zijn lans driehonderd man te lijf, die allemaal werden gedood; zo maakte hij naam bij de drie.
  
19. Hij was de beroemdste van de dertig, zodat hij hun aanvoerder werd, maar hij hoorde niet bij de drie.
  
20. Benaja, de zoon van Jojada, de zoon van een dapper krijgsman uit Kabseël, die al veel grote daden verricht had, versloeg de twee zonen van Ariël uit Moab. Eens, op een dag dat er sneeuw lag, liet hij zich in een put zakken en doodde de leeuw die erin zat.
  
21. Verder versloeg hij de Egyptenaar, een reus van een man. Deze was gewapend met een lans, maar Benaja ging met een stok op hem af, wrong hem de lans uit de vuist en doodde de Egyptenaar met zijn eigen lans.
  
22. Zulke dingen deed Benaja, de zoon van Jojada.
  
23. Hij had een grote naam bij de drie, en onder de dertig was hij geëerd, maar hij hoorde niet bij de drie. David stelde hem aan als bevelhebber van zijn lijfwacht.
  
24. Tot de dertig behoorden: Asaël, de broer van Joab, Elchanan, de zoon van Dodo uit Betlehem,
  
25. Samma uit Charod, Elika uit Charod,
  
26. Cheles uit Pelet, Ira, de zoon van Ikkes, uit Tekoa,
  
27. Abiëzer uit Anatot, Mebunnai uit Chusa,
  
28. Selomot uit Achoach, Maharai uit Netofa,
  
29. Cheleb, de zoon van Baänai, uit Netofa, Ittai, de zoon van Ribai, uit Gibea van de Benjaminieten,
  
30. Benaja uit Piraton, Hiddai uit het stroomgebied bij Gaäs,
  
31. Abialbon uit Arba, Azmawet uit Bachurim,
  
32. Eljachba uit Saälbon en zoon van Jasen, Jonatan
  
33. van Samma, uit Harar, Achiam, de zoon van Sarar, uit Harar,
  
34. Elifelet, de zoon van Achasbai, een Maäkatiet, Eliam, de zoon van Achitofel, uit Gilo,
  
35. Chesrai uit Karmel, Paärai uit Arba,
  
36. Jigal, de zoon van Natan, uit Soba. Bani, de Gadiet,
  
37. Selek, de Ammoniet, Nachrai, de wapendrager van Joab, een zoon van Seruja, uit Beërot.
  
38. Ira uit Jeter, Gareb uit Jeter,
  
39. Uria, de Hethiet. Samen zevenendertig.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES