Bible Study: FrontPage




 

, Chapter 13

Bible Study -  13 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Lang geleden woonde er in Babel een man die Jojakim heette.
  
2. Zijn vrouw was Susanna, de dochter van Chilkia; zij was buitengewoon mooi en vroom.
  
3. Omdat haar ouders rechtschapen mensen waren hadden ze hun dochter volgens de Wet van Mozes opgevoed.
  
4. Jojakim was zeer rijk en bezat een park, dat bij zijn huis lag; bij hem kwamen de Joden samen, omdat hij de belangrijkste man onder hen was.
  
5. Nu waren er dat jaar twee oudsten uit het volk tot rechters aangesteld. Voor hen gold wat de Heer gezegd heeft: `De goddeloosheid is in Babel begonnen bij de oudsten die rechters waren en slechts deden alsof ze het volk bestuurden.'
  
6. Ze waren voortdurend in het huis van Jojakim waar iedereen die rechtszaken had zich tot hen wendde.
  
7. Als het volk tegen de middag vertrokken was, ging Susanna wandelen in het park van haar man.
  
8. De twee oudsten keken dagelijks naar haar als zij ging rondwandelen en een hartstochtelijke begeerte naar haar kwam in hen op.
  
9. Zij smoorden de stem van hun geweten, keerden hun ogen af van de hemel en dachten niet aan de dreiging van de rechtvaardige straffen.
  
10. Hoewel beiden door hartstocht gepijnigd werden, zeiden ze elkaar toch niets van hun pijn;
  
11. ze schaamden zich er voor te bekennen dat zij door hartstocht gegrepen waren en met haar samen wilden zijn.
  
12. Dagelijks zochten ze ijverig naar een gelegenheid om haar te zien.
  
13. Op een dag zei de een tegen de ander: `Laten we maar naar huis gaan, want het is etenstijd.' Ze namen afscheid en gingen uiteen.
  
14. Maar langs een omweg troffen ze elkaar op dezelfde plaats. Toen ze elkaar naar de reden vroegen, bekenden ze dat ze door hartstocht gedreven werden. Ze bespraken samen de tijd waarop ze haar alleen konden treffen.
  
15. Terwijl zij naar een geschikte dag uitkeken, ging Susanna, vergezeld van twee dienstmeisjes, volgens haar gewoonte weer eens het park in. En omdat het warm was, wilde zij er een bad nemen.
  
16. Er was niemand behalve de twee oudsten die zich hadden verscholen en haar begluurden.
  
17. Susanna zei dus tegen de dienstmeisjes: `Ga olie en balsem halen en sluit de poort van het park, dan ga ik een bad nemen.'
  
18. Ze deden wat ze gevraagd had; ze sloten de poort van het park en gingen door een zijdeur weg om het gevraagde te halen, zonder de oudsten te zien die zich verscholen hielden.
  
19. Zodra de dienstmeisjes vertrokken waren, kwamen de twee oudsten tevoorschijn en liepen op haar af.
  
20. Ze zeiden: `De poort van het park is gesloten en er is niemand die ons ziet; we branden van lust naar je! Doe daarom wat wij willen en heb gemeenschap met ons,
  
21. anders zullen we tegen jou getuigen dat er een jongeman bij je was en dat je daarom de dienstmeisjes hebt weggestuurd.'
  
22. Susanna zuchtte diep en sprak: `Van alle kanten word ik bedreigd want doe ik het, dan wacht mij de dood; doe ik het niet, dan zal ik niet ontkomen aan jullie opzet.
  
23. Maar liever val ik onschuldig ten prooi aan jullie opzet dan te zondigen tegen de Heer.'
  
24. Daarop begon Susanna hard te schreeuwen, maar de twee oudsten schreeuwden tegen haar in
  
25. en een van hen liep naar de poort van het park en opende die.
  
26. Toen degenen die in huis waren het geschreeuw in het park hoorden, kwamen ze door de zijdeur toegesneld om te zien wat Susanna overkomen was.
  
27. Toen de oudsten hun verhaal deden, schaamden de bedienden zich zeer, want nog nooit was zoiets over Susanna verteld.
  
28. Toen het volk de volgende dag weer bij haar man Jojakim samenkwam, gingen de oudsten ertoe over om hun goddeloos plan uit te voeren en Susanna te doden. Voor het verzamelde volk bevalen ze:
  
29. `Laat Susanna halen, de dochter van Chilkia, de vrouw van Jojakim.' Men liet haar halen.
  
30. Zij verscheen, vergezeld van haar ouders, haar kinderen en al haar verwanten.
  
31. Susanna was een buitengewoon bevallige en mooie vrouw.
  
32. De boosdoeners gaven daarom bevel om de sluier waarmee haar gelaat bedekt was weg te nemen, om zich aan haar schoonheid te kunnen verlustigen.
  
33. Maar haar verwanten, en iedereen die haar zag, huilden.
  
34. Terwijl de twee oudsten voor het volk gingen staan en hun handen op haar hoofd legden,
  
35. keek Susanna huilend naar de hemel want in haar hart bleef zij vertrouwen op de Heer.
  
36. Toen verklaarden de oudsten: `Terwijl we alleen in het park wandelden, kwam zij met twee dienstmeisjes naar binnen, sloot de poort en stuurde de meisjes weg.
  
37. Daarop kwam er een jongeman naar haar toe die zich had verborgen en ging bij haar liggen.
  
38. Toen we vanuit een hoek van het park het misdrijf opmerkten, snelden we naar hen toe
  
39. en zagen dat ze met elkaar gemeenschap hadden. Hem konden we niet te pakken krijgen omdat hij sterker was dan wij, de poort opende en wegrende;
  
40. maar haar grepen we en we vroegen haar, wie die jongeman was,
  
41. maar ze wilde het ons niet zeggen. Dat getuigen wij.' De vergadering geloofde hen, omdat zij oudsten van het volk waren, en rechters, en veroordeelde Susanna tot de dood.
  
42. Toen riep Susanna met luide stem: `Eeuwige God, die het verborgene kent en alles al weet voordat het gebeurt,
  
43. U weet dat ze mij vals beschuldigen; en hoewel ik niet gedaan heb waarvan ze mij beschuldigen, moet ik toch sterven.'
  
44. De Heer verhoorde haar gebed.
  
45. Terwijl zij werd weggeleid om gedood te worden, gaf God een jongeman, Daniël geheten, een heilig besluit in.
  
46. Deze jongeman riep met harde stem: `Ik ben onschuldig aan haar bloed!'
  
47. Waarop het volk zich naar hem toekeerde en vroeg: `Wat bedoel je daarmee?'
  
48. Hij ging in hun midden staan en zei: `Zijn jullie niet goed wijs, zonen van Israël? Veroordelen jullie een dochter van Israël zonder nader onderzoek en kennis van zaken?
  
49. Ga terug naar de rechtszaal, want zij hier hebben haar vals beschuldigd.'
  
50. Daarop ging al het volk haastig naar de rechtszaal terug. Daar zeiden de oudsten tegen Daniël: `Neem plaats in ons midden en vertel je bedoelingen, want God heeft je het gezag van de ouderdom verleend.'
  
51. Toen zei Daniël tegen hen: `Zet ze apart, dan zal ik ze aan een verhoor onderwerpen.'
  
52. Ze werden dus van elkaar gescheiden. Daniël riep vervolgens een van de twee oudsten bij zich en zei: `Je bent in slechtheid vergrijsd maar nu krijg je de straf voor je zonden.
  
53. Je hebt onrechtvaardige vonnissen geveld: onschuldigen heb je veroordeeld en schuldigen vrijgesproken, in strijd met het gebod van de Heer: Breng iemand die onschuldig is, en in zijn recht staat, niet ter dood.
  
54. Welnu, als je haar op heterdaad betrapt hebt, zeg dan onder wat voor een boom je ze hebt samen gezien?' Hij antwoordde: `Onder een mastiekboom.'
  
55. Daniël hervatte: `Die prachtige leugen kost je je kop! Want Gods engel heeft van God al bevel gekregen om je in tweeën te splijten.'
  
56. Nadat Daniël hem had laten wegleiden, liet hij de ander voorkomen en zei tegen hem: `Je bent een afstammeling van Kanaän en niet van Juda! De schoonheid heeft je verleid en de wellust heeft je hoofd op hol gebracht.
  
57. Zo handelen jullie met de dochters van Israël en uit angst deden zij wat jullie wilden, maar een dochter van Juda heeft niet toegegeven aan jullie slechtheid.
  
58. Welnu: onder wat voor een boom heb je ze samen gezien?' Hij antwoordde: `Onder een steeneik.'
  
59. Daniël hervatte: `Ook jij hebt door die prachtige leugen je kop verspeeld! Want Gods engel staat al klaar om je met het zwaard doormidden te hakken en jullie beiden te vernietigen.'
  
60. Hierop barstte heel de vergadering los in luid gejuich en men eerde God, die redt wie op Hem vertrouwt.
  
61. En nu Daniël met hun eigen woorden bewezen had dat de twee oudsten een vals getuigenis hadden afgelegd, keerde het volk zich tegen hen en overeenkomstig de wet van Mozes voltrokken ze aan de oudsten de straf die zij in hun slechtheid hun naaste hadden toegedacht:
  
62. ze werden ter dood gebracht. Zo werd die dag een onschuldige van de dood gered.
  
63. Chilkia en zijn vrouw prezen God vanwege hun dochter Susanna, tezamen met haar man Jojakim, en al haar verwanten, omdat zij onberispelijk gebleken was.
  
64. En vanaf die dag stond Daniël in hoog aanzien bij het volk.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES