1. Wie de wet in acht neemt, brengt vele offers,
2. wie zich houdt aan de geboden, brengt daarmee een vredeoffer;
3. wie een weldaad bewijst, brengt een spijsoffer,
4. en wie een aalmoes geeft, brengt een dankoffer.
5. De Heer schept genoegen in het breken met de slechtheid, en breken met de ongerechtigheid is verzoening.
6. Verschijn niet met lege handen voor de Heer,
7. want al deze dingen eist het gebod.
8. Het offer van de rechtvaardige maakt het altaar vet en de welriekende geur ervan komt voor de Allerhoogste;
9. het offer van een rechtvaardige is aangenaam; en de herinnering eraan wordt niet vergeten.
10. Verheerlijk de Heer met een blij gezicht en onttrek niets aan de eerstelingen die je moet geven;
11. toon bij al je gaven een vrolijk gezicht en heilig de tienden met vreugde.
12. Geef aan de Allerhoogste naar wat Hij geschonken heeft; geef met een blij gezicht en naar je vermogen,
13. want Hij is een Heer die beloont: Hij geeft het je zevenvoudig terug.
14. Probeer Hem niet om te kopen, want Hij aanvaardt het niet,
15. en stel je vertrouwen niet in een door onrecht verkregen offergave, want de Heer weet te oordelen en persoonlijk aanzien geldt niet bij Hem.
16. Hij is niet partijdig ten nadele van de arme en Hij luistert naar het gebed van de ontrechte.
17. Hij slaat acht op de smeekbede van de wees en op het lange verhaal dat de weduwe doet,
18. want de tranen van de weduwe stromen langs haar wangen
19. en zij kermt over de man die ze laat stromen.
20. Wie God dient in welbehagen, vindt genade en zijn smeekbede reikt tot de wolken.
21. Het gebed van de nederige dringt door de wolken heen. Hij is ontroostbaar zo lang het God niet bereikt heeft, en hij houdt aan tot de Allerhoogste naar hem omziet,
22. oordeelt in het voordeel van de rechtvaardige, en dat oordeel ook uitvoert. De Heer treuzelt zeker niet en voor de onbarmhartigen zal Hij niet toegevend zijn, maar Hij zal hun lendenen breken
23. en aan de volken het strafgericht voltrekken. Hij zal de menigte van de hoogmoedigen uitroeien en de scepters van de onrechtvaardigen breken.
24. Hij zal de mens naar zijn daden belonen en de werken van de mensen naar hun bedoelingen.
25. Hij zal de zaak van zijn volk beslechten en Hij zal hen blij maken met zijn genade.
26. Even welkom is zijn genade in de tijd van de onderdrukking als regenwolken in de tijd van de droogte.
|