1. Waak over ons, Heer, God van het heelal,
2. en boezem alle volken schrik in voor U.
3. Hef uw hand op tegen de vreemde volken en toon hun uw macht.
4. Voor hun ogen hebt U in ons uw heiligheid getoond: toon zo ook voor onze ogen in hen uw glorie.
5. Laat hen weten, zoals ook wij het weten, dat er geen God is buiten U.
6. Hernieuw de tekens, herhaal de wonderen.
7. Laat de verhevenheid zien van uw hand en van uw rechterarm.
8. Wek uw boosheid op en stort uw toorn uit,
9. vaag de tegenstander weg en verdelg de vijand.
10. Bespoedig uw tijd en wees uw eed indachtig en laat men melding maken van uw grote daden.
11. Als iemand probeert te vluchten, laat hem dan verslonden worden door het vuur van uw woede, en mogen zij die uw volk schaden de dood vinden.
12. Verbrijzel de hoofden van de vijandelijke aanvoerders, die zeggen: `Er is niemand buiten ons!'
13. Breng al de stammen van Jakob bijeenen geef hun het erfdeel, zoals in vroegere tijden.
14. Heer, waak over het volk dat met uw naam genoemd wordt, en over Israël, dat U hebt verheven tot uw eerstgeborene.
15. Erbarm u over de stad die U is toegeheiligd, over Jeruzalem, de plaats waar U rust.
16. Vervul Sion met de roem van uw daden en uw tempel met uw glorie.
17. Neem het op voor uw eerste werkstuk en vervul de in uw naam gegeven profetieën.
18. Beloon degenen die op U vertrouwen en laat uw profeten geloofwaardig blijken. Luister, Heer, naar het gebed van uw dienaren,
19. zoals U uw volk welgevallig bent, en alle mensen op aarde zullen weten dat U de Heer bent, de God van de eeuwen.
20. Iedere spijs wordt door de keel geslikt, maar de ene spijs verteert beter dan de andere.
21. Het gehemelte herkent het wild aan zijn smaak: zo weet een verstandig hart leugens te onderscheiden.
22. Een boosaardig hart is een bron van verdriet, maar een ervaren mens verdedigt zich ertegen.
23. Iedere man neemt een vrouw, maar de ene vrouw is mooier dan de andere.
24. De schoonheid van een vrouw brengt glans op haar gelaat en overtreft alles wat een mens kan verlangen;
25. en heeft zij ook nog een zachte, verzoenende tong, dan is geen mensenkind met haar man te vergelijken.
26. Wie een vrouw verwerft legt de grondslag voor zijn bezit; hij verwerft een hulp die bij hem past, een zuil die hem rust biedt.
27. Waar geen omheining is, wordt het bezit geroofd en waar geen vrouw is, zwerft de man zwaarmoedig rond.
28. Wie vertrouwt een troep soldaten die van stad naar stad zwermt? En wie vertrouwt een mens die geen thuis heeft en gaat liggen waar hij 's avonds is?
|