Bible Study: FrontPage




 

Jesaja, Chapter 40

Bible Study - Jesaja 40 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. `Troost, troost mijn volk', zegt uw God.
  
2. `Spreek tot het hart van Jeruzalem en roep het toe dat zijn diensttijd voorbij is, dat zijn schuld is voldaan, dat het uit de hand van de HEER een dubbele straf voor al zijn zonden ontvangen heeft.'
  
3. Luister, iemand roept: `Bereid de HEER een weg in de woestijn, in het dorre land, een rechte baan voor onze God.
  
4. Elk dal moet worden opgehoogd, en elke berg en heuvel moet worden afgegraven; oneffen plekken moeten vlak gemaakt worden en ruige gronden worden een vlakte.
  
5. De heerlijkheid van de HEER zal zich openbaren, en alle mensen zullen haar zien, want de mond van de HEER heeft gesproken.'
  
6. Luister, iemand zegt: `Roep!' En ik zeg: `Wat zal ik roepen?' `Alle mensen zijn gras en hun trouw is niets dan een veldbloem.
  
7. Het gras verdort, de bloem verwelkt wanneer de adem van de HEER erover waait; zeker, dit volk is gras!
  
8. Het gras verdort, de bloem verwelkt, maar het woord van onze God houdt in eeuwigheid stand.'
  
9. Klim op een hoge berg, met uw boodschap van vreugde, Sion, verhef met kracht uw stem, Jeruzalem, bode van vreugde, verhef haar, en wees niet bang. Zeg tegen de steden van Juda: `Hier is uw God.'
  
10. Hier is de Heer GOD. Hij komt in kracht; de heerschappij is in zijn hand; kijk, zijn loon draagt Hij met zich mee, en zijn werk gaat voor Hem uit.
  
11. Als een herder zal Hij zijn kudde weiden; in zijn arm brengt Hij de lammeren samen en Hij draagt ze aan zijn borst terwijl Hij de ooien leidt.
  
12. Wie heeft het water gepeild met de palm van zijn hand en de hemel met zijn hand gemeten, wie heeft in een maatje het stof van de aarde afgepast, de bergen in een weegschaal gelegd, en de heuvels in een balans afgewogen?
  
13. Wie kan de geest van de HEER ordenen, en wie heeft Hem raad en onderricht gegeven?
  
14. Met wie heeft Hij beraadslaagd om inzicht te krijgen, om de weg van het recht te weten, om de weg van het inzicht te verstaan?
  
15. Zie, de volken zijn niet meer dan een druppel aan een emmer, en betekenen zo weinig als een stofje op de weegschaal; zie, de eilanden weegt Hij als poeder.
  
16. De Libanon levert geen brandhout genoeg, en niet genoeg dieren voor een offer aan Hem.
  
17. Alle volken zijn niets in zijn ogen, minder dan nul en nietigheid zijn zij voor Hem.
  
18. Met wie zou u God vergelijken en welke voorstelling zou u van Hem maken?
  
19. Een vakman giet een beeld, een smid beslaat het met goud, en smeedt ketens van zilver.
  
20. Wie een offerbeeld wil maken, kiest een stuk hout zonder molm; zoekt een vakman met ervaring die het beeld kan vastzetten, zodat het niet wankelt.
  
21. Weet u het dan niet? Hoort u het soms niet? Werd het u niet verteld vanaf het begin? Hebt u het niet begrepen vanaf de vestiging van de wereld?
  
22. Hij troont op het gewelf dat de aarde overspant, Hij, voor wie de bewoners als sprinkhanen zijn; Hij spreidt de hemelen uit als een sluier, en spant ze als een tent waarin men wonen kan,
  
23. Hij maakt notabelen tot niets, de rechters van deze aarde maakt Hij tot een nietigheid.
  
24. Zij zijn ternauwernood geplant, ternauwernood gezaaid, ternauwernood is hun stam in de aarde geworteld, of Hij blaast over hen heen en ze verdorren, en een stormwind neemt hen op alsof ze kaf zijn.
  
25. `Met wie wilt u Mij vergelijken, met wie kunt u Mij gelijkstellen?' zegt de Heilige.
  
26. Sla uw ogen op naar omhoog en kijk: wie heeft dat alles geschapen? Hij die hun legertroepen voltallig laat uitrukken en ze allemaal bij naam roept; zó groot is zijn macht, zó geweldig zijn kracht, dat er niet één ontbreekt.
  
27. Waarom zegt u, Jakob, en u, Israël: `Mijn weg is verborgen voor de HEER, en wat mijn recht is, ontgaat mijn God.'
  
28. Weet u het niet of hebt u het niet gehoord? De HEER is een God van eeuwigheid, Hij heeft de verste hoeken van de aarde geschapen. Hij wordt niet moe noch uitgeput, zijn inzicht is niet te doorgronden.
  
29. Hij geeft de vermoeide weer kracht, en de onvermogende een overvloed aan macht.
  
30. Ook wie jong, is wordt moe en raakt uitgeput, en jonge mannen kunnen zeker bezwijken,
  
31. maar zij die hopen op de HEER, vernieuwen hun kracht en slaan hun vleugels uit als adelaars; zij lopen en worden niet moe, zij rennen en raken niet uitgeput.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES