Bible Study: FrontPage




 

Jesaja, Chapter 41

Bible Study - Jesaja 41 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Richt u zwijgend naar Mij, eilanden. Laat de volken hun krachten vergaren en naderbij komen om het woord te doen; laten wij samen voor de rechterstoel gaan staan.
  
2. Wie heeft de man laten opstaan in het Oosten, die triomf ontmoet waar hij zijn voeten zet? Wie levert volken aan hem uit en legt hun vorsten voor hem neer? Zijn zwaard maakt stof van hen en zijn boog jaagt hen als kaf uiteen.
  
3. Hij achtervolgt hen en ongedeerd vervolgt hij zijn weg; zijn voeten raken die nauwelijks.
  
4. Wie heeft het gedaan en veroorzaakt? Hij die vanaf het begin alle geslachten oproept. Ik alleen, de HEER, de allereerste, die ook de allerlaatste zal zijn.
  
5. De eilanden zien en vrezen, de verste hoeken van de aarde beven.
  
6. De een helpt de ander en zegt tegen zijn broer: `Houd moed!'
  
7. De vakman moedigt de smid aan, de polijster met zijn hamer zegt over een soldering tegen degene die op het aambeeld slaat: `Dat is in orde.' Hij bevestigt het beeld met spijkers, zodat het niet wankelt.
  
8. Maar u, Israël, mijn dienstknecht, Jakob, die Ik uitverkoren heb, nazaat van Abraham, mijn vriend,
  
9. die Ik gegrepen heb in de verste hoeken van de aarde, die Ik uit afgelegen oorden opgeroepen heb, tot wie Ik sprak: `Mijn dienstknecht bent u, degene die Ik uitverkoren en niet verworpen heb':
  
10. Wees niet bang, want Ik ben bij u; wees niet angstig, want Ik ben uw God; Ik maak u sterk en sta u bij, Ik ondersteun u met mijn rechtvaardige rechterhand.
  
11. Kijk, iedereen die woedend is op u moet blozen van schaamte. Zij worden nietig en zullen vergaan, de mannen die met u de strijd zijn aangegaan.
  
12. Als u hen zoekt, zult u ze niet meer vinden, die mannen die u hebben aangeklaagd; zij zullen nietig zijn, die mannen die u bestrijden.
  
13. Want Ik, de HEER, Ik ben uw God, die u vasthoudt bij uw rechterhand, die tegen u zegt: `Wees niet bang, Ik sta u bij.'
  
14. Wees niet bang, wormen van Jakob, mensen van Israël. Ik sta u bij !!- godsspraak van de HEER !!- uw verlosser, de Heilige van Israël.
  
15. Zie, Ik maak u tot een dorswagen, nieuw, scherp, met dubbele snede; u zult bergen dorsen en verpulveren, en heuvels behandelen als kaf.
  
16. U zult ze verspreiden, de wind draagt ze weg, en de storm verstrooit ze; maar u zult juichen om de HEER, u zult zich beroemen op de Heilige van Israël.
  
17. Armen en misdeelden zoeken water en het is er niet, hun tong is door dorst verdroogd. Ik, de HEER, zal hen verhoren; Ik, de God van Israël, verlaat hen niet.
  
18. Op kale plekken laat Ik beken ontspringen, en bronnen midden in de vlakten. Van de woestijn maak Ik een waterplas, het dorre land in de woestijn wordt een waterader.
  
19. Ik plant ceder en acacia, mirte en olijf; Ik zal in het dorre land cypressen zetten, olmen en buksbomen, alles bijeen.
  
20. Zo zal men inzien en erkennen, ter harte nemen en begrijpen, eensgezind, dat de hand van de HEER dit heeft gedaan, dat Israëls Heilige het geschapen heeft.
  
21. `Leg uw zaak voor', zegt de HEER; `voer uw bewijzen aan', zegt Jakobs koning.
  
22. Laat hen naderen en ons vertellen wat er gebeuren zal. Wat vroeger is gebeurd, hebben zij daarvan iets aangekondigd dat onze aandacht verdient? Of laat ons horen wat nog gebeuren gaat, dan zouden wij de toekomst te weten komen.
  
23. Kondig aan wat er hierna gaat gebeuren, dan zullen wij erkennen dat u goden bent; verricht iets goeds of iets kwaads, en wij zullen u eerbiedig vrezen.
  
24. Kijk, zelf bent u minder dan niets en uw werken stellen niets voor, hij die voor u kiest is een gruwel.
  
25. Ik heb iemand laten opstaan in het Noorden en hij is gekomen; waar de zon opkomt roept hij mijn naam. Hij vertrapt de vorsten als slijk, hij treedt hen met voeten zoals een pottenbakker zijn leem.
  
26. Wie heeft het vooraf aangekondigd en het ons laten weten, lang tevoren, zodat wij nu zeggen: `Het is juist'? Maar niemand kondigde iets aan, niemand liet het horen, niemand heeft woorden van u vernomen.
  
27. Als eerste heb Ik het Sion verteld, heb Ik Jeruzalem een vreugdebode gezonden.
  
28. Ik kijk naar hen uit, maar er is niemand, niemand die Mij raad kan geven, Mij antwoord geeft als Ik vragen stel.
  
29. Zie, zij zijn allemaal niets waard, en hun daden zijn niets, hun godenbeelden zijn wind en leegheid.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES