Bible Study: FrontPage




 

Job, Chapter 30

Bible Study - Job 30 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Maar nu, nu word ik uitgelachen door jongeren van wie ik de vaders nog niet als herdershond zou willen.
  
2. Niets is ermee te beginnen! Ze missen alle energie,
  
3. teringlijders zijn het die niets presteren. Ze stropen de wildernis af naar eten, scharrelen wat op in de lege woestijn,
  
4. plukken melde en wilde bladeren en eten wortels van de brem.
  
5. Ze worden uit de gemeenschap gestoten, nagejouwd als dieven;
  
6. in ruige wadi's wonen ze, in grondholen of bergspelonken.
  
7. Ze laten hun gebrul horen van onder de struiken en hokken er bij elkaar,
  
8. eerloos, naamloos, weggejaagd uit hun land.
  
9. En zij zingen nu spotliedjes en roddelen over mij.
  
10. Vol afschuw blijven ze op een afstand, of spuwen me zelfs in het gezicht.
  
11. Tomeloos komen ze op mij af, omdat Hij mijn boog heeft losgemaakt, en mij heeft neergeslagen.
  
12. In drommen staan ze plotseling naast me, laten mij struikelen, en banen een weg voor hun dodelijke aanval.
  
13. Mijn pad breken ze op. Zij kiezen de zijde van mijn ongeluk; mijn zijde kiest niemand.
  
14. Als door een gapende bres snellen ze op mij af, in golven ten aanval trekkend, dwars door het puin.
  
15. Van overal komt verschrikking op mij af, mijn eer wordt weggevaagd door die storm, mijn roem drijft weg als een wolk.
  
16. Daarom breek ik in tranen uit, want dagen van ellende houden mij in hun greep.
  
17. 's Nachts priemt de pijn tot in mijn beenderen, die knagende pijn kent geen slaap.
  
18. Mijn kleed is omhuld met een overvloed aan geweld; het knelt mij als de hals van mijn tuniek.
  
19. Hij smijt me tegen de grond en daar lig ik dan, een hoopje stof en as.
  
20. Roep ik om hulp, U antwoordt niet al ziet U mij goed staan.
  
21. U bent meedogenloos geworden en achtervolgt mij met uw machtige arm.
  
22. U licht mij op, sleurt mij mee op de wind en schudt mij heen en weer in de storm.
  
23. Dit is zeker: U drijft me terug in de dood, het verzamelhuis van alles wat leeft.
  
24. Maar laat toch iedereen, die niet geruïneerd is de hand uitsteken, als iemand in nood daarom bidt en smeekt!
  
25. Ben ik soms niet bedroefd geweest met de bedroefden, arm met de armen?
  
26. Daarom verwachtte ik geluk, maar ongeluk kwam; daarom verwachtte ik licht, maar duisternis kwam.
  
27. Mijn maag komt in opstand, blijft onrustig, want voor mij zie ik alleen maar ellende.
  
28. In lompen loop ik rond, verloren in de kou; als ik nog opsta in de vergadering, dan is het slechts als smekeling.
  
29. Voortaan woon ik onder de woestijndieren, als een soort jakhals of struisvogel.
  
30. Mijn huid wordt zwart en scheurt los, mijn beenderen gloeien van koorts.
  
31. Geen harp en fluit meer, alleen geklaag en geween.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES