Bible Study: FrontPage




 

Job, Chapter 29

Bible Study - Job 29 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. En Job ging verder:
  
2. `Wie geeft mij de tijd van vroeger terug, de dagen dat God over mij waakte:
  
3. zijn lamp scheen boven mijn hoofd, zijn licht wees mij de weg door het duister.
  
4. Was het maar als in mijn beste jaren, toen de Allerhoogste thuis was in mijn tent,
  
5. toen de Almachtige met mij was, en mijn kinderen om mij heen;
  
6. mijn voeten baadden in boter en balsem, stromen olie vloeiden over mijn benen.
  
7. Als ik de stadspoort uit kwam om mijn zetel in te nemen op het plein,
  
8. dan trokken de jongelui zich terug zo gauw ze me zagen; de ouderen stonden vol eerbied op;
  
9. magistraten durfden niet meer te spreken en legden hun hand op de mond;
  
10. notabelen waren verstomd, hun tong kleefde aan hun gehemelte.
  
11. Wie mij hoorde, prees mijn woord, wie mij zag, verkondigde mijn lof;
  
12. want ik was redder van reddeloze armen, helper van hulpeloze wezen.
  
13. Degenen die bijna waren bezweken zegenden mijn optreden; ontroostbare weduwen bracht ik weer tot blijdschap.
  
14. Gerechtigheid was mijn kleed, rechtvaardigheid mijn mantel en hoofddoek.
  
15. Voor de blinde was ik zijn ogen, voor de lamme zijn voeten;
  
16. een vader was ik voor behoeftigen, en ik zette mij in voor het recht van vreemden.
  
17. Van misdadigers sloeg ik de kaken stuk en ik rukte de prooi uit hun bek.
  
18. Daarom dacht ik: als een welgestelde zal ik sterven, zoals het zand aan de zee zal ik mijn dagen vermenigvuldigen.
  
19. Water vloeide volop naar mijn wortels en 's nachts drenkte de dauw mijn takken.
  
20. Mijn naam en eer verbleekten niet, mijn boog behield zijn spankracht.
  
21. Iedereen luisterde vol verwachting naar wat ik zei; in eerbiedig zwijgen werd naar mijn beslissing geluisterd.
  
22. Na mij kwam geen tweede spreker, want gretig dronken zij woord voor woord:
  
23. ja, zij keken ernaar uit als naar de regen en openden wijd hun mond voor die lentedruppels.
  
24. Lachte ik tegen hen, dan kregen zij moed; mijn glimlach verdreef hun somberheid.
  
25. Ik wees hun de weg, ik was hun hoofd, mijn tent was de koningstent te midden van een leger, ik was als een trooster te midden van treurenden.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES