Bible Study: FrontPage




 

Spreuken, Chapter 26

Bible Study - Spreuken 26 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Zoals sneeuw niet past bij de zomer en regen niet bij de oogsttijd, zo past glorie niet bij een dwaas.
  
2. Zoals een mus wegfladdert en een zwaluw vliegt, zo gaat het met een ongegronde vervloeking: zij zal niet uitkomen.
  
3. De zweep is voor het paard, de teugel voor de ezel en de stok voor de rug van de dwazen.
  
4. Antwoord een dwaas niet naar zijn domheid, zodat jijzelf aan hem gelijk wordt.
  
5. Antwoord een dwaas naar zijn domheid, zodat hij niet wijs wordt in zijn eigen ogen.
  
6. Degene die een boodschap laat overbrengen door een dwaas, hakt zichzelf de voeten af en drinkt ellende.
  
7. Een spreuk in de mond van de dwazen is als de benen van een lamme, die slap hangen.
  
8. Zoals het vastbinden van een steen aan een slinger, zo is het geven van eer aan een dwaas.
  
9. Een doorn die in de hand van een dronkaard steekt: dat is een spreuk in de mond van een dwaas.
  
10. Zoals een schutter die iedere voorbijganger treft is hij die een dwaas en een dronkaard in dienst neemt.
  
11. Zoals een hond die naar zijn braaksel terugkeert is de dwaas die zijn domheid herhaalt.
  
12. Zie je een man die wijs is in zijn eigen ogen, dan is er meer hoop voor een dwaas dan voor hem.
  
13. De luiaard zegt: `Er loopt een leeuw op straat! Op het plein loopt een leeuw!'
  
14. De deur draait op de deurpin, de luiaard op zijn bed.
  
15. De luiaard doopt zijn hand in de schotel, maar hij is te moe om haar naar zijn mond te brengen.
  
16. Een luiaard is wijzer in zijn eigen ogen dan zeven mensen die verstandige antwoorden geven.
  
17. De man die zich mengt in een ruzie die hem niet aangaat, is als iemand die een passerende hond bij de oren grijpt.
  
18. Zoals een dolleman die staat te schieten met schichten en pijlen en moordtuig,
  
19. zo is de man die zijn naaste bedriegt en zegt: `Ik doe het maar voor de grap.'
  
20. Als er geen hout meer is, gaat het vuur uit. Als er geen lasteraar meer is, houdt de ruzie op.
  
21. Wat een blaasbalg is voor de gloeiende kolen en wat hout is voor het vuur, is een twistziek mens als het op ruzie maken aankomt.
  
22. De woorden van een lasteraar zijn als lekkernijen: ze dalen af tot diep in de ingewanden.
  
23. Als zilverglazuur op een potscherf, zo zijn brandende lippen en een boosaardig hart.
  
24. Iemand die haat, veinst met zijn lippen, maar innerlijk zint hij op bedrog.
  
25. Ook al spreekt hij vriendelijk, vertrouw hem niet, want er schuilen zeven gruwelen in zijn hart.
  
26. Al verbergt zijn haat zich achter veinzerij, zijn boosaardigheid komt in de bijeenkomst toch aan het licht.
  
27. Wie een kuil graaft, valt er zelf in; wie een steen voortrolt, wordt er zelf door getroffen.
  
28. Een leugenachtige tong haat haar slachtoffers en een gladde mond brengt verderf.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES