|
|
Psalmen, Chapter 28
1. Op naam van David. HEER, mijn rots, ik roep U aan, wijs mij niet af door uw zwijgen; blijf niet onverschillig voor mij anders word ik als iemand die in zijn graf ligt.
2. Luister toch naar mijn bidden en smeken, wanneer ik om U schreeuw, wanneer ik mijn handen hef naar het allerheiligste van uw tempel.
3. Sleur mij niet met de bozen mee, met degenen die kwaad bedrijven; die woorden van vrede tot hun naasten spreken, maar boosheid beramen in hun hart.
4. En geef hun naar het werk van hun handen, betaal hun het verdiende loon uit.
5. Achteloos gaan zij voorbij aan de daden van de HEER, voorbij aan het werk van zijn handen; Hij haalt hen neer en bouwt hen niet op.
6. Gezegend de HEER: Hij luistert naar mijn bidden en smeken.
7. Mijn kracht, mijn schild is de HEER, mijn hart vertrouwt op Hem: Hij helpt, en mijn hart gaat juichen, ik ga Hem prijzen met mijn lied.
8. De HEER is de kracht van zijn volk, de veilige burcht van zijn gezalfde.
9. Red uw volk en zegen uw domein; wees hun herder, koester hen aan uw hart voor altijd en altijd.
|
|
Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.
|
| |
| This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com |
|
|
|
SELECT VERSION
COMPARE WITH OTHER BIBLES
|
|