Bible Study: FrontPage




 

1 Samuël, Chapter 29

Bible Study - 1 Samuël 29 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. De Filistijnen brachten al hun troepen op de been in Afek, terwijl de Israëlieten gelegerd waren bij de bron in Jizreël.
  
2. Tijdens het défilé van de stadsvorsten van de Filistijnen, aan het hoofd van hun afdelingen van honderd en duizend, liepen David en zijn mannen, met Akis achteraan.
  
3. De aanvoerders van de Filistijnen vroegen: `Wat doen die Hebreeën hier?' Akis antwoordde hun: `Dat is toch David, de hoveling van koning Saul van Israël, die al sinds jaar en dag bij mij is! Vanaf de dag dat hij overgelopen is, tot op de dag van vandaag, heb ik niets op hem aan te merken gehad.'
  
4. Maar de aanvoerders van de Filistijnen beten hem woedend toe: `Stuur die man terug naar de woonplaats die u hem aangewezen hebt. Geen sprake van dat hij met ons gaat mee vechten! Hij zou zich in het gevecht tegen ons kunnen keren. Waarmee zou die kerel bij zijn meester beter in de gunst kunnen komen dan met onze hoofden?
  
5. Het is toch diezelfde David over wie ze in reidansen gezongen hebben: Bij duizenden sloeg Saul ze neer, maar David bij tienduizenden'?
  
6. Toen riep Akis David bij zich en zei tegen hem: `Zowaar de HEER leeft, u bent een eerlijk man en ik stel er prijs op dat u in alles met mijn leger meedoet, want vanaf de dag dat u bij me gekomen bent, tot op de dag van vandaag, heb ik niets op u aan te merken gehad. Maar de stadsvorsten mogen u niet.
  
7. Ga dus in vrede naar huis terug; dan geeft u de stadsvorsten van de Filistijnen geen aanstoot.'
  
8. Maar David zei tegen Akis: `Wat heb ik misdaan? Wat hebt u, sinds ik in uw dienst kwam, tot op de dag van vandaag, aan te merken gehad op uw dienaar, dat ik niet mag mee vechten tegen de vijanden van mijn heer en koning?'
  
9. Akis antwoordde: `Ik erken dat ik u zeer waardeer, als was u een engel van God. Maar de aanvoerders van de Filistijnen hebben nu eenmaal gezegd dat u niet met ons mag mee vechten.
  
10. Maak u morgen vroeg klaar, met de dienaren van uw heer die met u gekomen zijn; morgen vroeg moet u klaar zijn en met het daglicht vertrekken.'
  
11. David maakte zich dus vroeg in de ochtend met zijn manschappen klaar om naar het land van de Filistijnen terug te keren. De Filistijnen rukten op naar Jizreël.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES