Bible Study: FrontPage




 

2 Makabejcima, Chapter 3

Bible Study - 2 Makabejcima 3 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Onder het bestuur van de vrome hogepriester Onias genoot de heilige stad, dankzij zijn optreden tegen het kwaad, een volmaakte vrede en werden de wetten voorbeeldig onderhouden.
  
2. Het was voorgekomen dat zelfs de koningen hun ontzag voor de heilige plaats toonden en de pracht van de tempel met schitterende geschenken verhoogden.
  
3. Seleukus, de koning van Azië, bestreed zelfs uit eigen middelen alle uitgaven die voor de offerdienst nodig waren.
  
4. Maar een zekere Simon uit de familie van Benjamin, die tempeloverste was, kreeg onenigheid met de hogepriester over het toezicht op de markten in de stad.
  
5. Omdat hij Onias niet voor zijn inzichten kon winnen, ging hij naar Apollonius van Tarsus, die toen stadhouder was van Cele-Syrië en Fenicië.
  
6. Hij vertelde hem dat de schatkamer van de tempel in Jeruzalem gevuld was met onnoemelijke rijkdommen, waarvan het totaal niet te berekenen was, en in geen enkele verhouding stond tot wat er voor de offers nodig was; het was mogelijk dat dat geld ter beschikking van de koning kwam.
  
7. In een onderhoud met de koning deelde Apollonius hem de inlichtingen mee die hem over het bestaan van die rijkdommen verstrekt waren. De koning liet daarop Heliodorus, zijn kanselier, komen en gaf hem de opdracht om de genoemde rijkdommen in beslag te nemen.
  
8. Onder het voorwendsel de steden van Cele-Syrië en Fenicië te bezoeken, maar in feite om de wens van de koning ten uitvoer te brengen, ging Heliodorus onmiddellijk op reis.
  
9. Bij zijn aankomst in Jeruzalem werd hij door de hogepriester en de stad vriendelijk ontvangen. Daarna vertelde hij wat hij gehoord had en zette hij het doel van zijn komst uiteen. Op zijn vraag of zijn inlichtingen juist waren,
  
10. legde de hogepriester hem uit dat het hier ging om het geld van weduwen en wezen, dat in bewaring gegeven was,
  
11. en om het geld van Hyrkanus, de zoon van Tobia, iemand die een hoog aanzien genoot; in tegenstelling tot wat de goddeloze Simon voorgelogen had, bedroeg het totaal dat er aan zilver was vierhonderd talenten, en aan goud tweehonderd.
  
12. Overigens was het ontoelaatbaar mensen te benadelen die hun vertrouwen hadden gesteld op de heiligheid van deze plaats en op de eerbiedwaardigheid en onschendbaarheid van de tempel, die over de hele wereld een groot aanzien genoot.
  
13. Daar stelde Heliodorus de opdracht tegenover die hij van de koning had ontvangen, en hij verklaarde dat het geld in ieder geval in de koninklijke schatkist moest worden gestort.
  
14. Op de door hem bepaalde dag ging Heliodorus de tempel in om een onderzoek naar die gelden in te stellen. Een grote angst had zich meester gemaakt van heel de stad.
  
15. De priesters wierpen zich in hun heilige gewaden voor het brandofferaltaar ter aarde en zonden hun gebeden naar de hemel, naar Hem die een wet op bewaargeving had uitgevaardigd, en smeekten Hem de goederen die men aan de tempel had toevertrouwd ongeschonden te bewaren.
  
16. De aanblik van de hogepriester kon niemand onberoerd laten: zijn gelaatsuitdrukking en zijn bleke kleur toonden de angst in zijn hart.
  
17. Ten prooi aan een hevige verwarring en bevend over zijn hele lichaam verried de man aan iedereen die hem zag, hoezeer hij inwendig leed.
  
18. In drommen stormden de mensen hun huizen uit om door een openbaar smeekgebed te voorkomen dat de plaats onteerd zou worden.
  
19. Vrouwen in boetekleren, die onder de borst waren vastgemaakt, vulden de straten, meisjes die anders teruggetrokken binnenshuis leefden liepen nu naar de poorten of de muren of keken door de vensters naar buiten:
  
20. zij strekten allen de handen uit naar de hemel en baden.
  
21. Het was meelijwekkend om te zien hoe iedereen zich zonder onderscheid ter aarde wierp en met wat voor een angstige bezorgdheid de hogepriester afwachtte wat er ging gebeuren.
  
22. Terwijl zij tot de almachtige Heer baden dat Hij de bezittingen die men aan de tempel had toevertrouwd, ongeschonden en veilig voor de eigenaars zou bewaren,
  
23. ging Heliodorus ertoe over zijn besluit uit te voeren.
  
24. Toen hij met zijn lijfwacht bij de schatkamer aankwam, verscheen de Heer van alle geesten en machten op zo'n ontzagwekkende wijze, dat iedereen die het gewaagd had de tempel binnen te dringen door Gods macht werd getroffen en alle kracht en moed verloor.
  
25. Zij zagen een prachtig opgetuigd paard, bereden door een angstaanjagende ruiter; het dier stormde onstuimig vooruit en sloeg met zijn voorhoeven op Heliodorus. De ruiter schitterde in zijn gouden wapenrusting.
  
26. Bovendien zag Heliodorus twee geweldig sterke jongemannen, stralend van pracht en schitterend gekleed; ze gingen aan weerszijden van hem staan en zonder ophouden geselden en ranselden ze hem.
  
27. Plotseling stortte Heliodorus, door een dichte duisternis overweldigd, op de grond; men nam hem op en plaatste hem in een draagstoel.
  
28. Zojuist was die man met een groot gevolg en heel zijn lijfwacht doorgedrongen tot de bovengenoemde schatkamer en nu werd hij hulpeloos weggedragen door mensen die de macht van God openlijk erkenden.
  
29. Terwijl hij daar lag, door Gods kracht met stomheid geslagen en zonder enige hoop op behoud,
  
30. prezen zij de Heer, die zijn eigen plaats verheerlijkt had. En de tempel, die kort tevoren het toneel was geweest van angst en verwarring, galmde nu, door de verschijning van de almachtige Heer, van kreten van blijdschap en vreugde.
  
31. Enkelen uit het gevolg van Heliodorus haastten zich naar Onias met het verzoek dat hij de Allerhoogste zou smeken het leven te schenken aan de man die al op sterven lag.
  
32. Bevreesd dat de koning zou kunnen vermoeden dat de Judeeërs een aanslag op Heliodorus hadden gepleegd, droeg de hogepriester voor het herstel van de man een offer op.
  
33. Terwijl de hogepriester het zoenoffer opdroeg zag Heliodorus dezelfde jongemannen in dezelfde gewaden opnieuw en ze zeiden tegen hem: `U moet de hogepriester Onias uitermate erkentelijk zijn, want vanwege hem schenkt de Heer u het leven.
  
34. En nu u door de hemel gestraft bent, moet u aan iedereen de geweldige kracht van God verkondigen.' Na deze woorden verdwenen ze.
  
35. Heliodorus bracht de Heer, die zijn leven gespaard had, een offer en deed Hem de heiligste beloften; hij nam afscheid van Onias en keerde met zijn leger naar de koning terug.
  
36. Hij legde voor iedereen getuigenis af van de wonderwerken van de allerhoogste God, die hij met eigen ogen had aanschouwd.
  
37. De koning vroeg aan Heliodorus wie hem het meest geschikt leek voor een nieuwe zending naar Jeruzalem. Hij antwoordde:
  
38. `Als u een vijand hebt of een oproermaker, stuur hem daar dan heen; u krijgt hem afgeranseld terug, als hij het er tenminste levend van afbrengt, want over die plaats waakt werkelijk een goddelijke macht.
  
39. Hij die in de hemel woont, past nauwlettend op die tempel en beschermt hem; iedereen die met boze bedoelingen komt, slaat hij dood.'
  
40. Dit was de geschiedenis van Heliodorus en van de redding van de tempelschat.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES