Bible Study: FrontPage




 

Jesaja, Chapter 14

Bible Study - Jesaja 14 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Want over Jakob zal de HEER zich ontfermen, het volk van Israël blijft zijn uitverkorene. Hij brengt hen weer naar hun eigen grond; dan zullen vreemdelingen zich bij hen voegen en zich aansluiten bij het huis van Jakob.
  
2. Volken brengen hen terug naar hun woonplaats: op het grondgebied van de HEER worden zij het bezit van het huis van Israël, als slaven en slavinnen. De volken die hen gevangen hebben genomen, nemen zij nu gevangen, en zij beheersen hun vroegere verdrukkers.
  
3. En wanneer de HEER u rust verleent na al uw lijden, uw beproevingen en de harde slavernij die u werd opgelegd,
  
4. zult u dit spotlied zingen over de koning van Babel: "Gedaan is het nu met de verdrukker, gedaan met zijn dwingelandij!
  
5. De HEER heeft de scepter van de slechte mensen gebroken, de staf van de heersers,
  
6. waarmee zij, voortdurend, razend op de volken in sloegen, hen grimmig vertrapten en meedogenloos vervolgden.
  
7. De hele aarde is nu rustig en veilig, de mensen juichen van vreugde.
  
8. Ook de cypressen en de ceders van de Libanon roepen blij uit: `Sinds u bent gaan liggen, komt er niemand meer om ons te vellen.'
  
9. Het dodenrijk beneden is druk in de weer met u te ontvangen. De schimmen, al de machtigen van de aarde, worden voor u gewekt. De koningen van de volken moeten opstaan van hun troon.
  
10. Zij allen verwelkomen u met de woorden: `Nu bent u even machteloos als wij en aan ons gelijk.
  
11. Met al uw praal, uw ruisende citers, hebt u naar het dodenrijk moeten afdalen, wormen zijn onder u gespreid, maden zijn uw dek.
  
12. Hoe bent u uit de hemel neergestort, Morgenster, zoon van de Dageraad! Daar ligt u, neer gesmakt in de onderwereld, overwinnaar van de volken!'
  
13. U hebt bij uzelf gedacht: `Ik klim naar de hemel, hoog boven Gods sterren plaats ik mijn troon; op de berg waar de goden samenkomen zal ik zetelen, op de hoogste toppen van de Safon.
  
14. Ik stijg hoog op de wolken, en word aan de Allerhoogste gelijk.'
  
15. Maar nu bent u in het dodenrijk geworpen, in het diepst van de afgrond.
  
16. Wie u ziet, staart u aan en volgt u met aandacht: `Is dat nu de man voor wie de aarde beefde en alle koninkrijken sidderden,
  
17. die de aarde veranderde in een woestijn en alle steden verwoestte, die nooit een gevangene naar huis liet teruggaan?'
  
18. De koningen van de andere volken rusten vol eer in hun eigen graf.
  
19. Maar u hebben ze weggesmeten, ver weg van uw graf, een waardeloos geachte tak; u hebben ze bedolven onder de lijken van mensen die, gedood met het zwaard, naar de stenen van de kuil zijn neergezonken, als een kadaver in een hoek getrapt.
  
20. U wordt niet met hen in een graf verenigd, omdat u uw eigen land te gronde hebt gericht en uw eigen volk hebt uitgemoord. En over het nageslacht van zulke schurken zal niemand meer spreken!
  
21. Maak voor zijn zonen de slachtbank gereed om hen voor de schuld van hun vaderen te straffen; zij zullen niet opstaan om de wereld te veroveren en geen steden meer bouwen over de hele aarde."
  
22. Ik sta tegen hen op !!- godsspraak van de HEER van de machten !!- naam en rest van Babel roei Ik uit, met wortel en tak !!- godsspraak van de HEER.
  
23. Babel maak Ik tot een domein voor wilde zwijnen, één grote waterpoel; Ik bezem het weg met de bezem van de vernieling !!- godsspraak van de HEER van de machten.'
  
24. De HEER van de machten heeft gezworen: `Wat Ik bedacht heb, zal gebeuren, wat Ik besloten heb, wordt uitgevoerd.
  
25. Assur ga Ik breken in mijn land, Ik verpletter hem op mijn bergen; dan wordt zijn juk van mijn volk weggenomen en glijdt die last van hun schouders.
  
26. Dit is het besluit, besloten over heel de aarde, dit is de hand, over alle volken uitgestrekt.
  
27. Als de HEER van de machten een besluit neemt, wie zal het verijdelen? Als Hij zijn hand uitstrekt, wie trekt die dan terug?'
  
28. In het sterfjaar van koning Achaz werd deze uitspraak gehoord:
  
29. `Verheug u maar niet, Filistea, omdat de stok die u sloeg gebroken is; want de slang wordt een wortel waaruit een adder voortkomt en haar vrucht wordt weer een draak met vleugels.
  
30. De armen van mijn volk zullen weiden op mijn grasland, de geringen zullen ongestoord gaan liggen, maar uw wortel laat Ik sterven van de honger, en wat er van u rest, dat roei Ik uit!
  
31. Weeklagen moet u, poort, jammeren moet u, stad! Sidder, heel Filistea, want uit het noorden nadert een rokende wolk, en er is niemand die de gelederen verlaat.
  
32. Wat antwoorden wij de boodschappers van dat volk? Dat de HEER de grondvesten van Sion heeft gelegd, en dat de armen van zijn volk daar geborgen zijn.'


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES